Vanaf Kniebis reden we door naar Allerheiligen, bekend om de waterval en de kloosterruïne. Wat begon als een mooie, sagenrijke wandeling, eindigde in het donker, zonder bereik en zonder pad. Dit is het verhaal van de avond waarop we compleet verdwaalden in het Zwarte Woud.
(link naar blog over Kniebis)
Allerheiligen staat bekend om de hoogste natuurlijke waterval van het Zwarte Woud: in zeven cascades stort het water zich zo’n 83 meter naar beneden, via een pad met meer dan 250 treden langs de rotsen. Boven aan de waterval ligt de kloosterruïne, gesticht door Uta von Schauenburg en in 1804 verwoest door een blikseminslag. Wat overblijft, zijn indrukwekkende gotische bogen die nu gewoon tussen de bomen staan, mistig en een tikje verlaten. Een prachtige, sfeervolle start van de wandeling.
Ergens onderweg, half overwoekerd door mos, stonden we stil bij een gedenksteen. Een herinnering aan een officier die hier in 1893 door een val om het leven kwam. Op dat moment vonden we het vooral een bijzonder, wat somber detail. Achteraf gezien had het misschien een voorbode moeten zijn.
We parkeerden bij Wellness- & Nationalpark-Hotel Schliffkopf, aan de Schwarzwaldhochstraße, en besloten van daaruit verder te lopen dan de bekende, korte rondwandeling bij de waterval en kloosterruïne, het Nationalpark Schwarzwald verder in, richting Ruhestein. Precies het soort avontuurlijke uitbreiding die op papier een goed idee leek.
Op een gegeven moment hadden we geen bereik meer in het dal waar we doorheen liepen. Het werd al snel donkerder dan verwacht. We overwogen terug te lopen, maar dat was inmiddels ook niet meer handig: de afstand was al te groot geworden.
We volgden de weg, in de hoop dat die ons ergens zou brengen, maar het leek eindeloos. Toen we een wandelpad zagen, probeerden we dat te pakken in de hoop dat het een kortere weg terug zou zijn.
Het werd donker terwijl we het pad probeerden te volgen, en op een gegeven moment waren we het gewoon kwijt. We besloten recht omhoog te klimmen, zonder duidelijk pad, in het donker, volledig op elkaar aangewezen.
Ik ben, denk ik, nog nooit zo bang geweest. Geen bereik, geen pad, en een bos dat in het donker ineens een stuk minder vriendelijk aanvoelt dan overdag. Wat ons er doorheen sleepte, was elkaar: samen beslissingen nemen, samen doorzetten, en elkaar geruststellen wanneer dat nodig was.
Toen we uiteindelijk, ergens ’s avonds laat, weer bij ons appartement in Kniebis aankwamen, was alles in één keer weer oké. Maar de spanning van die avond moest er ook uit, en die ontlading kwam er in het appartement in één keer uit.
Achteraf bekeken we onze Strava: 15,37 kilometer, een verstreken tijd van 5 uur en 6 minuten, ergens bij Baiersbronn. Onze langste activiteit ooit geregistreerd, met als beschrijving die avond kort samengevat: verdwaald in het Zwarte Woud, maar wel een zeer mooie waterval gezien.
Grappig genoeg was dit de allereerste grote wandeling van mijn vriendin. Na deze avond moest ik haar dus nog zien te overtuigen om mee te gaan naar de Dolomieten. Dat is uiteindelijk gelukt.
(link naar overzichtsblog over de Dolomieten rondreis)
De bekende rondwandeling bij Allerheiligen, langs de waterval, de kloosterruïne en de Engelskanzel, is slechts zo’n 4 kilometer lang en ruim binnen een uur of twee te doen. Precies dit compacte rondje is wat de meeste bezoekers komen doen, en dat is ook precies genoeg om van deze plek te genieten.
Wij parkeerden bij Wellness- & Nationalpark-Hotel Schliffkopf en besloten verder het nationaal park in te lopen, richting Ruhestein, zonder daar vooraf een duidelijke route of tijdsinschatting voor te hebben. Dat bleek achteraf de belangrijkste fout.
Download vooraf een offline kaart of GPS-track als je verder wilt dan de bewegwijzerde rondwandeling, houd rekening met vroege schemering in het najaar, en bepaal van tevoren een duidelijk omkeerpunt in tijd, niet alleen in afstand.
Ondanks de angst van die avond kijk ik er nu met gemengde gevoelens op terug. Doodeng op het moment zelf, maar ook een avond die laat zien hoe je op elkaar kunt vertrouwen als het misgaat. En de waterval en kloosterruïne zelf waren, los van het avontuur erna, echt de moeite waard.
Allerheiligen is een prachtige plek, met een korte, toegankelijke rondwandeling langs waterval en kloosterruïne. Wil je verder het nationaal park in, plan dat dan goed, houd rekening met vallende duisternis, en zorg dat je een offline route bij de hand hebt. Wij hadden dat niet, en leerden het op de harde manier.
Het Sagenrundweg rondje langs de waterval, kloosterruïne en Engelskanzel is ongeveer 4 kilometer lang en ruim binnen een paar uur te doen.
Met een val van ongeveer 83 meter over zeven cascades gelden ze als de hoogste natuurlijke watervallen van het Zwarte Woud.
Buiten de bewegwijzerde routes kan het lastig navigeren zijn, zeker als het donker wordt en het bereik wegvalt in de dalen. Een offline kaart of GPS-track is aan te raden.
De ruïne van een klooster gesticht door Uta von Schauenburg, dat in 1804 werd verwoest door een blikseminslag. De overgebleven gotische bogen staan er nog altijd, midden in het bos.